Achtergrond

In 2012 richtten Rob Burghouts en Jan Sax van der Weijden VitaR Gezondheidsmanagement op. Zij ontwikkelden een concept dat organisaties en medewerkers handvatten biedt om planmatig met gezondheidsbevordering aan de slag te gaan. Het resultaat is een vitale organisatie met een beperkt verzuim. De ervaringen van Rob Burghouts en Jan Sax van der Weijden vormen de basis voor de visie van VitaR.

Rob Burghouts was eerder zeer succesvol in de beperking van verzuim. Vanuit een door hem opgezet brancheloket bracht hij bij drogisterijen en tabakswinkels het verzuim in drie jaar tijd terug van 5,5% naar 1,8%. Deze reductie bleek structureel. Basis voor zijn succes vormde de doortastende manier waarop hij met werkgever, leidinggevende én werknemer aan de slag ging om duurzame werkhervatting mogelijk te maken. Hij leerde elk om eigen verantwoordelijkheid te nemen voor (verbetering van) gezondheid, gezond gedrag en herstel.

Werkwijze en succes van ‘zijn’ verzuim en gezondheidsloket bleven niet onopgemerkt. Andere branches namen zijn concept over en zetten vergelijkbare verzuimloketten op. Procedures die in zijn loket gemeengoed waren, vonden hun weerslag in de Wet Verbetering Poortwachter. Het HBO zette zijn expertise in voor de ontwikkeling van het sectorale gezondheids- en arbobeleid. Onder andere de arbocatalogus hbo is het resultaat van zijn inspanningen.

Jan Sax van der Weijden leverde vanuit werknemersorganisaties en een sectorfonds voor verschillende branches een bijdrage aan de ontwikkeling van arbo- en verzuiminstrumenten. ‘Deze instrumenten bieden handvatten voor zowel verzuimpreventie als voor gezondheidsbevordering. Zij komen de vitaliteit van werknemers én organisaties ten goede. Goed dus, dat zij steeds breder ingezet worden’.

Als belangenbehartiger adviseerde hij werknemers om in het re-integratieproces een actieve houding aan te nemen. ‘Een zieke werknemer heeft in allerlei opzichten belang bij werkhervatting. Een actieve houding helpt hem om die te realiseren. Het bevordert de samenwerking met de leidinggevende. Doordat het ziekteverloop en de mogelijkheden van maximale werkhervatting sneller inzichtelijk zijn, nemen duidelijkheid over en effectiviteit van re-integratie toe’.